Lineair en hyperbolisch > Lineaire vergelijkingen
123456Lineaire vergelijkingen

Verkennen

Opgave V1

De productie van een nieuw soort verf kost € 3,50 per liter. Verder zijn er vaste kosten (machines, gebouwen, etc.) van € 24000,00. De fabrikant van deze verf wil de verf verkopen voor € 7,20 per liter.
Hoeveel liter moet hij verkopen om winst te gaan maken?

a

Stel een formule op voor de kostprijs `K` van `a` blikken verf.

b

Stel ook een formule op voor de opbrengst `R` als alle `a` blikken verf zijn verkocht.

c

Bij welke van beide formules is sprake van een recht evenredig verband?

d

Leg uit dat de vraag van de fabrikant kan worden vertaald in `7,20a>24000 +3,50 *a` .

e

Hoe zou je de ongelijkheid bij d oplossen?

verder | terug