Rekenen met variabelen > Variabelen optellen en aftrekken
12345Variabelen optellen en aftrekken

Verkennen

Opgave V1

Een kralenketting bestaat uit groene en rode kralen. De rode kralen hebben een diameter van `4` cm en de groene kralen hebben een diameter van `5` cm.

a

Iemand bepaalt zo de lengte van de kralenketting: `5 + 4 + 4 + 5 + ...`

Is dit een handige methode? Bereken zo de lengte van de kralenketting.

b

Iemand anders berekent de lengte van de kralenketting door het aantal rode kralen met `4` te vermenigvuldigen en het aantal groene kralen met `5` te vermenigvuldigen en beide antwoorden op te tellen.

Hoe kun je deze berekening als formule kort opschrijven?

c

Je krijgt een doos met kralen met daarin `42` groene kralen en `35` rode kralen.

Hoe lang is de langste ketting die je hiermee kunt maken?

verder | terug