Rekenen met variabelen > Variabelen vermenigvuldigen
12345Variabelen vermenigvuldigen

Verkennen

Opgave V1

Boer Klaas is aardbeienboer. Zijn inkomen is afhankelijk van de opbrengsten van zijn land. Hoe meer land hij heeft, hoe meer aardbeien hij kan verbouwen. Door verbeterde landbouwtechniek verwacht boer Klaas dat hij volgend jaar twee keer zoveel aardbeien kan oogsten als dit jaar. Noem het aantal aardbeien dat hij in 2014 kan verbouwen `a` .

a

Wat is de opbrengst in 2015?

b

Klaas wil meer gaan verdienen en hij koopt daarom ook nog een extra stuk land om zijn aarbeien te verbouwen. De grond waar hij nu aardbeien verbouwt wordt nu `3` keer zo groot. Ook op deze grond wil Klaas de techniek uit a gebruiken. Bereken hoe groot zijn opbrengst in 2015 zal zijn.

Opgave V2

In de afbeelding zie je een balk die bestaat uit zes kubussen. Iedere kubus heeft zijden van `r` cm.

a

Maak een formule waarbij je de inhoud van één kubus kunt berekenen. Noem de inhoud `I` en de zijden `r` .

b

Maak nu een formule waarbij je de inhoud van de gehele balk berekent. Noem de inhoud weer `I` en gebruik `r` , de lengte van de zijden van een kubus.

c

Ook de oppervlakte van de balk kun je uitdrukken in `r` . Hoe groot is de oppervlakte van een zijvlak van een kubus?

d

Wat is de oppervlakte van de bovenkant van de balk? En de voorkant? En de zijkant?

e

Maak een berekening van de oppervlakte van de gehele balk, uitgedrukt in `r` . Vergeet niet de zijkanten mee te tellen die je niet ziet. Geef de oppervlakte van de balk aan met `O` .

verder | terug