Formules voor omtrek en oppervlakte > Omtrek cirkel
1234567Omtrek cirkel

Verkennen

Opgave V1

Gebruik een meetlint en zoek minstens vier zo groot mogelijke, cilindervormige voorwerpen. Het gaat erom dat je de omtrek en de diameter van deze cirkelvormen kunt opmeten.

a

Meet van elk van je voorwerpen de omtrek en de diameter van de grondcirkel in mm nauwkeurig. Maak er een overzicht van.

b

Bereken bij elk van deze voorwerpen de deling `text(omtrek)/text(diameter)` . Rond af op één decimaal.

c

Als het goed is, vind je bij b telkens ongeveer hetzelfde getal. Hoe groot is dat getal ongeveer?

Opgave V2

Er lijkt dus een vaste verhouding te bestaan tussen de omtrek en de diameter van elke cirkel.

a

Waarom kun je deze verhouding waarschijnlijk nauwkeuriger bepalen bij het meten aan een groot cirkelvormig voorwerp dan aan een klein cirkelvormig voorwerp?

b

In China werd rond 480 na Christus al een zeer nauwkeurige schatting van deze verhouding gevonden. Men ging hierbij uit van de verhouding bij een cirkel waarvan de omtrek `355` eenheden bedroeg en de diameter `113` .
Geef een decimale benadering van deze verhouding `text(omtrek)/text(diameter)` . Rond af op vijf decimalen.

verder | terug