Verhoudingen > Totaalbeeld
1234567Totaalbeeld

Samenvatten

Als je door de stad loopt, kom je langs winkels die allerlei producten te koop aanbieden. Om geen slechte koop te doen moet je prijzen op de juiste manier met elkaar kunnen vergelijken. Als iets te duur is om meteen te kopen, kun je ervoor sparen. Bij een bank krijg je rente; die rente wordt berekend met procenten. Ook winkeliers werken vaak met procenten. Bijvoorbeeld om de korting tijdens de uitverkoop te bepalen.

De volgende opgaven zijn bedoeld om overzicht over het onderwerp Verhoudingen en procenten te krijgen. Dit betreft de onderdelen 1, 2, 3, 4, 5 en 6. Het is nuttig om er een eigen samenvatting bij te maken.

Activiteitenlijst
Opgave 1

Je ziet hier een verhoudingstabel.

aantal `50` `5` `1` `10` `20` `15` `35`  
kosten `120` `12`   `24`       `3,6`
a

Leg uit waarom dit met de gegeven getallen inderdaad een verhoudingstabel is.

b

Maak de tabel verder af.

c

Welke vier bewerkingen kun je in een verhoudingstabel uitvoeren? Geef van elk van die bewerkingen een voorbeeld in de tabel hierboven.

Opgave 2

Wat is meer: `12` van de `50` of `14` van de `60` ?

Bepaal het antwoord met behulp van verhoudingstabellen.

Opgave 3

Hoeveel procent is 12 van de 18?

a

Beantwoord deze vraag met behulp van een verhoudingstabel.

b

Beantwoord deze vraag zonder verhoudingstabel.

Opgave 4

Rekenen met procenten.

a

Hoe reken je 18% van 680 uit?

b

Hoe reken je 18% van `1/4` deel van 680 uit?

Opgave 5

Rekenen met procenten eraf en erbij.

a

Je krijgt op een bedrag van € 650,00 maar liefst `35` % korting. Leg uit hoe je kunt berekenen hoeveel je moet betalen.

b

Voor een artikel van € 62,50 hoef je maar € 50,00 te betalen. Leg uit hoe je kunt berekenen hoeveel procent korting je krijgt.

c

Op 1 januari 2000 woonden in de gemeente Zutphen `35000` mensen. De bevolking groeit met `4` % per jaar. Leg uit hoe je kunt berekenen hoeveel inwoners Zutphen heeft op 1 januari 2001 en op 1 januari 2010.

d

De winst is in één jaar tijd gestegen van € 165000 tot € 172000. Leg uit hoe je kunt berekenen met hoeveel procent dat is.

Opgave 6

Een korfbalveld bestaat uit twee vierkante vakken van 20 m bij 20 m tegen elkaar. In elk van deze vakken staat een korf aan een paal.

a

Je tekent een korfbalveld op schaal 1 : 50 . Welke afmetingen (lengte en breedte) krijgt het complete veld?

b

Hoeveel keer zo klein wordt de oppervlakte van het getekende veld in vergelijking met het echte?

c

Iemand anders heeft dit korfbalveld ook op schaal getekend. Zijn rechthoek is 25 cm lang en 12,5 cm breed. Welke schaal heeft hij gebruikt?

verder | terug