Rekenen > Totaalbeeld
1234567Totaalbeeld

Samenvatten

Met getallen heb je dagelijks te maken, denk maar aan je lestijden, lesuren en lokaalnummers op school of het afrekenen bij boodschappen doen. Vaak reken je met die getallen: heb ik geld genoeg, heb ik nog de tijd om...? En soms is dan een schatting genoeg.

De opgaven zijn bedoeld om overzicht over het onderwerp Rekenen te krijgen. Dit betreft de onderdelen 1, 2, 3, 4, 5 en 6 van dit onderwerp. Het is nuttig om er een eigen samenvatting bij te maken. De opgaven zijn bedoeld om je daarbij te helpen.

Activiteitenlijst
Opgave 1

Bekijk het getal `65413,728` .

a

Hoeveel hondertallen heeft dit getal?

b

En hoeveel honderdsten?

Je vermenigvuldigt dit getal met `10` .

c

Hoeveel honderdtallen heeft het getal dat je nu krijgt?

d

Hoeveel honderdsten heeft het getal na het vermenigvuldigen met `10` ?

Opgave 2

Laat met de getallen `4575,225` en `345,3` zien hoe optellen en aftrekken met de hand gaat. Maak een duidelijk overzicht.

Opgave 3

Laat met de getallen `91` en `13` zien hoe vermenigvuldigen en delen met de hand gaat. Maak een duideiljk overzicht.

Opgave 4

Schrijf als decimaal getal, laat duidelijk zien hoe je dit doet.

a

`28/32`

b

`1 3/15`

Opgave 5

Bereken, laat duidelijk zien hoe je te werk gaat.

a

`4/5+6/7`

b

`1 3/8 - 4/5`

c

`2 1/6 xx1 3/5`

d

`2 1/6 : 1/3`

Opgave 6

Laat zien hoe je `1271,949` afrondt.

a

Rond het af op een geheel getal.

b

Rond het af op één decimaal.

c

Rond het af op twee decimalen.

d

Rond het af op honderdtallen.

Opgave 7

Pieter gaat pizza bestellen voor zichzelf en zijn zes vrienden. Hij wil vijf pizzapunten per persoon hebben. Uit een pizza kun je acht punten halen.

a

Hoeveel pizza's moet Pieter bestellen?

b

Een pizza kost € 8,95. Hoeveel betaalt Pieter als hij het te betalen bedrag afrondt naar hele euro's?

Opgave 8

Je zit achter de kassa bij een winkel en de stroom is uitgevallen, dus je rekent met de hand.

a

Iemand koopt zestien doosjes schroeven van €  `1,67` per stuk. Hoeveel is dat samen?

b

Iemand betaalt €  `202,65` voor `35` dezelfde houten latten. Hoeveel kost elke houten lat?

c

Gordijnstof kost €  `12,95` per meter. Iemand koopt voor €  `59,57` van die gordijnstof. Hoeveel meter van die gordijnstof krijgt hij?

Opgave 9

Bereken:

a

Het kwadraat van `16` .

b

`0,16^2` .

b

`(3/8)^2` .

verder | terug